bannerjaenneweb

Afdrukken

05 Het liefst heeft zij

 

Eva Gerlach

uit: Voorlopig verblijf,  De Arbeiderspers, Amsterdam, 1999.

Ook in dit gedicht van Eva Gerlach, zoals in Wilg van Hamelink, een 'ontmoeting' tussen mens en boom. Maar er is een belangrijk verschil in toon; de woorden die het gedicht van Hamelink een beladen sfeer geven (een mens die de aanwezigheid voelt van onbekende oerkrachten) ontbreken hier. Geen woorden als 'donker', en 'schuimend', die sterke, onder de oppervlakte voelbare, emoties oproepen.

5--liefst-heeft-zij-web

Dit gedicht straalt eerder rust uit, en licht, en evenwicht. Het lichaam speelt de hoofdrol, een lichaam dat deel uitmaakt van de omringende natuurlijke omgeving, van de atmosfeer. Merk al die woorden op die verwijzen naar delen van het lichaam: vingers, aders, ogen, ledematen.

En dan de zintuigen: door die zintuigen ervaart de mens de buitenwereld. Het zien, van de bladeren, die heel nauwkeurig, gedetailleerd beschreven worden: 'taai dooraderde, slordig ingesneden'; en van het licht dat de bladeren 'naar haar doorlaten' . Het horen, in de verwijzing naar muziek: 'Haar lijf het instrument waarop zij spelen.' En in deze woorden ook het voelen, van de vingers die een instrument bespelen. Zo ondergaat het lichaam de omgeving.

En uiteindelijk komen Gerlach en Hamelink dan uit op hetzelfde punt: de wind, de beweging, de lucht, waarin het lichaam wordt opgenomen. En het zich overgeven daaraan: zoals bij Hamelink de conclusie is 'heel mijn gebed is wind', zo eindigt Gerlach: 'Het stroomt in haar, het waait diep in haar ogen.'

Mrs5

Afdrukken

06 Salamanders vangen

 

Wiel Kusters

uit: Zegelboom, Querido, Amsterdam, 1998

Luister naar het gedicht van Wiel Kusters voorgedragen door Jacques Giesen


IMG 5487-web

In het titelgedicht van de bundel: warme herinneringen aan kinderjaren. Ze zijn vervlogen, maar wat blijft, wat nog opgeroepen kan worden, is wat je voelde, toen:  de ademloze verwondering, het wonder van zo iets moois, de kleurenpracht van die speciale alpensalamanders. Het trots zijn op wat je kon, en het gevoel van geluk: 'Met de voeten in het water / en de sokken aan en struik'. Alles 'past', alle verlangens vervuld. 'alles was er' . Veiligheid en tevredenheid.

Maar kinderervaringen zijn niet alleen maar lieflijk en zoetig; er zijn ook andere emoties, waar je niet omheen kunt. Je wordt je bewust van die andere wereld: de onbekende wereld van gezag, van de grote mensen; en daardoor leer je onzekerheid, dreiging, angst kennen. 'Was het van de spoorwegmannen? / Want die mochten je niet vangen' Maar je leert ook andere dingen: wat je moet doen in die wereld, hoe je je moet handhaven. 'En die vingen steeds de bangen': je ontdekt iets in jezelf: dapper en slim moet je zijn, je mag niet bang zijn. Het trotse gevoel meester te zijn van de situatie!

Mrs6

Afdrukken

07 Ik draai een kleine revolutie af

 

Lucebert

uit: Van de afgrond en de luchtmens, De Bezige Bij, Amsterdam, 1999.

Dit zijn intrigerende regels. 'Ik draai een kleine revolutie af / ik draai een kleine mooie revolutie af' . Een revolutie gaat gepaard met geweld, angst, strijd. Maar een 'kleine' revolutie, en dan ook nog een 'mooie'? En 'afdraaien'; de associatie is dan: niets nieuws, al zo vaak gezien, iets dat voortdurend herhaald wordt, en daardoor wordt het schokkende, op zichzelf staande  karakter van een 'revolutie' tenietgedaan.

7b--ik-draai-een-kleine-lucebert-web

De eerste vraag is natuurlijk: wie of wat is die 'ik'? 'ik ben niet langer van land / ik ben weer water' : dat doet je denken aan het water van een rivier, dat na de inperking in de bedding weer zijn vrijheid hervindt. Het water dat is teruggekeerd. Een jubelende 'ik': met telkens weer een nieuwe uitbarsting van herwonnen energie en beweging, na het zware, vaste land:  'schuimend' en 'schietend'.

Het water in zijn verschijningsvorm als oceaan is het eerste waar je aan denkt bij  'op mijn rug rust een zeemeermin / op mijn rug rust de wind' . Maar er zijn ook connotaties met 'waterval'; waardoor de beweging en de energie nog benadrukt worden. Het lijkt of het water die bruisende energie overdraagt aan het ritme van de taal, aan de woorden en de klanken. Je voelt, je hoort, de snelheid en de vaart: 'schuimende koppen', 'schietende schimmen'.

Om dan tot rust te komen; van de harde sch- naar de zachte r- en de u-klank: 'op mijn rug rust de wind'. Na het woeste, heftige schuimen en schieten nu het zachte ritselen en ruisen en zingen: 'ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af'.

Dat is dus de revolutie: de omwenteling, de cyclus van het water is voltooid. Het water is klaar om opnieuw te beginnen, een nieuwe kleine revolutie af te draaien.

Mrs7

Afdrukken

08 Motorrijder

 

H.J. van Tienhoven

uit: Verzamelde gedichten, De Prom, Baarn, 1998.

 

8b-motorijder-web

Een gedicht als een road song. Onmiddellijk verschijnen beelden op het netvlies van majestueuze, onmetelijk uitgestrekte landschappen, een verre horizon, en daarin de eenzame cowboy op zijn paard, de lone traveler, alleen in de leegte van de onaangedane natuur. Een van de archetypes van de Noordamerikaanse cultuur.

Dat beeld heeft ook een transformatie ondergaan. De associaties en betekenissen zijn overgegaan op het beeld van de motorrijder, on the road, immense afstanden afleggend. Het is het beeld dat Van Tienhoven oproept: 'lijnrechte wegen / onder de einders door', met boven je de hoge hemel: het 'zonlicht', de 'snelvoetige wolken / onachterhaalbaar uit het zicht'. De mens in dit beeld is het sterke individu, vrij, ongebonden, geen knellende banden.  Onderweg zijn is op je plaats zijn; is vervulling. De vrijheid van het reizen als doel en bestemming.

Maar die andere archetypische reiziger, de lonesome hobo, de eenzame zwerver zonder banden, zonder thuis, is niet helemaal 'onzichtbaar' in dit gedicht, want daar is die vraag: 'hoe lang ben ik al onderweg'. Ook de hobo is altijd onderweg, maar hier komt ook de andere kant naar voren. Hier is juist het verlangen een thema: naar een veilige haven, naar banden met anderen. Misschien is dat veelbetekenend: 'Vrouwen in het landschap'? Ze zijn er, maar ze zijn ver weg, op afstand.

Mooi is dan de ambiguïteit van de laatste regels, waarin die beide archetypes door elkaar spelen. Wat is de hoofdzaak in 'het grauwe staal van de middag', de stugge, harde kracht van het staal van de motorfiets, of de grauwheid van de melancholie ?

En: 'Een atoom dat sidderend rondsnelt / om een kern van ijskoud geluk.'  Daarin lees je zowel de majestueuze uitgestrektheid van de kosmos, als de nietigheid van een atoom. De lone traveler in het weidse landschap.

En er is dat fascinerende 'rondsnellen': wel onderweg zijn, maar niet echt: altijd weer op hetzelfde punt terugkomen. 'Om een kern van ijskoud geluk' ijskoud, ja, maar het is wel: geluk!

Mrs8

Disclaimer

Dit is de officiële website van de Stichting. We doen er alles aan om deze website actueel te houden en te voorzien van correcte informatie. Komt u desondanks toch iets tegen dat niet correct of verouderd is, dan stellen wij uw reactie zeer op prijs. U kunt hiervoor het email-adres Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. gebruiken of naar het contactformulier gaan.